Freaky Japanners

Sinds enige weken breng ik regelmatig tijd door bij een jongen die videospelletjes speelt. Dit houdt in dat hij speelt en ik over zijn schouder meekijk en doorlopend commentaar lever op de avonturen die hij in een of andere verzonnen wereld beleeft. Bloedirritant natuurlijk. Het lastige verschil tussen ons is dat hij voornamelijk visueel is ingesteld en ik voornamelijk tekstueel. Hij studeert af als autonoom kunstenaar en ik, nou ja, zie deze blog. Hij vindt het spelletje dan meestal mooi. Ik vind het spelletje meestal een beetje belachelijk. Dit komt in mijn geval grotendeels doordat de verhaallijn van een Oost-Duitse homo-erotische pornofilm uit 1983 niet onderdoet voor die van dit spel, maar volgens hem zijn het wel leuke plaatjes. In het spelletje, niet in de film.
Hij licht vervolgens toe dat het hierbij niet alleen om de queeste gaat en de vechtpartijen, maar ook om de menselijke interactie waarmee ze contacten opbouwen. Waarna ik weer… etc….etc….etc…

En zodoende viel ik laatst binnen in het volgende gesprek op zijn tv:
“Heb je het kattenvoer?” “Ja, ik heb het kattenvoer.” “Je zou je kat ook ander kattenvoer moeten leren eten.” “Gister heb ik mijn kat een vis gevoerd.”
Dit gesprek waar je dan met de controller doorheen moest klikken werd gevoerd door twee zoetige Anime-esque Zelda-meisjes wiens borsten echt uit hun bh donderden.
Even verderop in het spel:
“Hallo vreemdelingen, ik was net op weg om mijn hamer terug te geven aan ‘…’” “Dat komt goed uit, wij komen deze hamer net halen want ‘…’ was hem kwijt.” “Ah, ik had hem gister geleend van ‘…’ om mijn hengel te repareren maar hij was erg dronken. Misschien was hij dat vergeten.” “Dat kan.” “Onderweg zal ik jullie alles vertellen over de vis die ik met mijn pas gerepareerde hengel heb gevangen.”

Het is bijna poëzie.
Na enig gegniffel van mijn kant werd er spaarzaam toegegeven dat een hamer beslist tekort zou doen aan de reparatie van een hengel, maar ik mocht van hem onderhand wel mijn bek gaan houden over de andere dialogen.

Nu overhoor je wel eens een gesprek in het openbaar vervoer waarbij een groepje gasten helemaal los gaat op een of ander tweedimensionaal avontuur die ze de nacht ervoor hebben zitten spelen.
Ik stel me dan voor dat de een vol trots verkondigt dat hij level 15 in Burn, Zombie Burn! heeft bereikt, de tweede op zijn i-Phone Guitar Hero III Mobile tevoorschijn tovert en de derde angstvallig zwijgt. Hoe zou hij ook kunnen uitleggen dat hij tot 02:00u ’s ochtends op was om kattenvoer te kopen voor dat lekkere wijf in Atelier Iris: Grand Phantasm maar toch écht niet onder de plak zit.

2 minuten.

Toen er vriendelijk werd gepolst of ik alweer toe was aan mijn volgende blog schreef ik vol optimisme het volgende terug:
Ik vermoed dat ik op Koninginnedag een grote kater, maar ook grote inspiratie opdoe.

Nu was ik natuurlijk van plan om over de gemiddelde, gemoedelijke oranjegekte te schrijven. Over de terreur die Koninginnenacht heet met importboeren en 16 plussers op de dansvloer. Over het feit dat 30 april de sterfdag van Adolf en Eva is. Over de jongen die met Duitse oorlogshelm op door de Baarsjes banjerde met zijn minstens zo normaal ogende vriendin in zijn kielzog. Over de moeder van G. die voor de deur verkocht en de hele nacht al niet kon slapen van de zenuwen. Ze is 65 jaar oud. Over de leuke straatfeestjes, de rijkelijk vloeiende prosecco, het amicale slot in de Trouw. Over hoe ik de volgende dag zonder kater en welverdiende dinsdagdip opstond. Over hoe dit de leukste Koninginnedag was die ik in jaren heb gehad.
Schande.

Waarom ren ik schaterlachend over straat terwijl er twee jaar terug 791 verkeersslachtoffers vielen; waarvan 43 veroorzaakt door alcohol.
Ook deze daders zijn uit vrije wil achter het stuur gekropen.
Hoe waag ik mijn festiviteiten niet te staken na het incident in Azerbaijan? Op 30 april 2009 trok een man zijn geweer op de universiteit van Bakoe en schoot 13 studenten en docenten dood.
Een simpele schietpartij, op CNN opgevolgd door een drama in Apeldoorn. 

Er verdient gerouwd te worden, er verdient gemist te worden en er mag absoluut herdacht worden. Maar geografische locatie, omstandigheden van overlijden noch de aanwezigheid van mensen van adellijke functie mogen de waarde van iemand zijn leven bepalen.

De volgende tekst op Twitter vond ik behoorlijk treffend:  ! RT @alethea41 90 people get the swine flu & everybody wants to wear a mask. 1million people have AIDS and no one wants to wear a condom

Daar sta ik een moment bij stil.

Nog een nachtje slapen

Ik zit al een tijdje voor me uit te staren als ik besef dat ik al lang zou kunnen beginnen met schrijven. Op dit soort gelegenheden ervaar ik altijd weer de tijdsdruk. Mind the Gap is jarig, één jaar oud geworden. Naast de geprogrammeerde deelnemers kunnen mensen in ruil voor een stukje taart iets voordragen. Vooraan wordt er iets geroepen. Een meisje wordt aangewezen door host Jennifer. “Je zei wat, dat is woordkunst!” Zo simpel is het. Ik zit vol en moet er op dit moment niet aan denken om er nog een brok zoetigheid achteraan te gooien maar vraag me af of mijn vriendinnetjes die buiten nog steeds op hun toetje wachten dit niet wat eerder hadden moeten weten.

Twizst bijt de kop af en staat op het podium als of hij de Heineken Music Hall toe rapt en geeft me eindelijk een goede reden om het woord bombastisch te gebruiken.

Josephine geeft een prachtige inleiding op haar werk, over hoe de wereld verandert en op welke beginselen haar geloof gebaseerd is. Ik had haar wel langer willen zien want na één gedicht wandelt ze al van het podium af.

Het komt mijn korte aandachtsspanne wel ten goede, mijn ogen dwalen af naar de knalgroene gympen die ze aan heeft, de host draagt trouwens ook een leuke rok en hoe komt Twizst eigenlijk aan die kekke gele veters?

Martijn heeft vandaag niet zulke interessante schoenen aan. Gelukkig draagt hij nieuw werk voor. Hij heeft een experiment toegepast. Op zijn weblog leest alles weg als proza, maar vandaag presenteert hij deze verhalen als poëzie. Ik vraag me af of ik mezelf voor de verandering eens als slampoét moet laten aankondigen. In ieder geval werkt het, het gedicht over het konijn van zijn vriendin scoort hoge ogen bij het publiek. Ik hoor mijn naam. Martijn zegt iets tegen mij en ik zit niet op te letten. Glimlachen en mooi wezen.

Reneé heeft het ook over nieuwe schoenen. Wat ze verder vertelt verschijnt binnenkort in het Waaien van mijn oma vanaf bladzijde 119.
 

De pauze is aangebroken. Op het toilet trek ik twee splinters uit mijn bil. Gevaarlijke bankjes buiten. Nu begint taart voor woordkunst. Dit is het moment dat ik een writers block krijg. Slechte timing want de stukjes gaan waanzinnig snel. Er komen 5 mensen op. Taart is in trek. Ik begin me een beetje zorgen te maken. Ik zit helemaal achterin het zaaltje en moet zo meteen een lambada door het publiek heen dansen om mijn verhaal te printen.

Sendar draagt voor over rocken met sneakers terwijl zijn chick sneakte met rockers. Toch weer die schoenen. Vrolijke stem en lekker verstaanbaar. Frisse humor waar je welhaast een beat onder zou zetten. Het klinkt of Sendar regelmatig is bedrogen door zijn meisjes, maar hij laat zich niet kisten. Ook Reez racete erdoor heen, wat gaat iedereen snel vanavond! Gelukkig staat het niet-duo ook nog even samen op het podium. Het is absurd dat we op schema lopen. Ik probeer nog snel een glimp van hun gympen op te vangen en besluit tussen de benen van de toeschouwers door naar de printer te kruipen. Sorry Sebaz. Ik ben net zo zenuwachtig als of het mijn eigen verjaardag is maar ik vond het wel een mooi liedje

.

DEZE WEBLOG IS LIVE GESCHREVEN, VOORGEDRAGEN EN GEPOST TIJDENS :

'MIND THE GAP, OPEN MIKE VOOR WOORDKUNST.'

MAANDELIJKS IN STUDIO K. AMSTERDAM

Verboden voor honden.

Het was zaterdagmiddag. Zo tegen vijfen hadden we ons verzameld voor koffie in de stamkroeg. Het grootste gedeelte van de groep was dronken dankzij de een of andere opening waarbij ze 's middags prosecco voorgeschoteld hadden gekregen dus de sfeer zat er lekker in. En toen manifesteerde zich daar opeens een konijn. Midden op de aangrenzende tafel. Incluis wortel. Het konijn zei niks maar ik kraaide en klapte in mijn handen van blijdschap. Een lief konijntje, wat enig!

Het echtpaar dat het beestje had meegenomen was ergens in de vijftig en zat flink aan de jenever. Er werd wild gespeculeerd. Of ze bij het de deur uitgaan huissleutels, konijn en wortels in een vloeiende beweging opraapten.

Misschien was het de eerste keer, wellicht gepaard met enige strijd. De echtgenote draalde vanochtend bij de kapstok. Manlief had dringend geïnformeerd waarom het zo lang duurde, maande haar aan de jas te pakken. Het hoge woord kwam eruit. Vanaf nu zette ze geen voet meer buiten de deur zonder Snuitje. Vanaf nu zat manlief elke zaterdag met Snuitje opgescheept. Binnen enkele maanden zou Snuitje gezellig tussen hen in slapen.

Anders dankzij de therapeut die hen een gezamelijke hobby had aangeraden.

We wisten het niet. Toen zijn we maar foto's van het konijn gaan nemen. Er mocht niet geflitst worden want daar zou het konijn van schrikken. Konijn was blijkbaar wel al lang gewend aan grommende espressoapparaten, keiharde jazz en hordes mensen die hem heel erg graag eventjes wilden aaien. Het stel raakte een beetje geïrriteerd van alle aandacht die ze kregen.

Een oudhollandsche hoeveelheid jenever later pakten mijnheer en mevrouw Konijn Snuitje weer in de mand en vertrokken naar de auto. Er werd toch maar geïnformeerd. Mijnheer en mevrouw Konijn woonden blijkbaar buiten de stad en namen Snuitje altijd mee naar de kroeg. A. mopperde.: "Dat is toch gewoon raar. Je weet toch als je je konijn meeneemt naar de kroeg dat je dan uit de toon valt! Daar mag je toch niet vreemd van opkijken als wij foto's gaan nemen! Stelletje rare mensen." Ik hapte even lucht. Ik wou mededelen dat een konijn heel hard kon schreeuwen als het doodgeknuppeld werd maar ik besloot de uitgelaten sfeer te laten voor wat het was.

Neem ook eens een kijkje op konijnennamen.nl.

Mijnheer_konijn_2

Mevrouw_konijnKonijn1 

Konijn2_2

Ssssssiesta.

Sinds jaar en dag woekert er een diepgewortelde angst van binnen dat ik een anonieme narcolept ben. Mensen kennen mij als een nachtmens en denken dat ik nooit slaap. De daadwerkelijkheid is dat ik overal in slaap val behalve 's nachts in mijn eigen bed. Tijdens films, theatervoorstellingen, zitconcerten, maar ook tijdens hoorcolleges, werkgroepjes met maar 4 deelnemers en lezingen. Kortom, behoorlijk genant. Soms heeft een van mijn vrienden de helderheid van geest om mij een schop tegen de schenen te geven als ik weer eens zit te knikkebollen, maar vaker dan dat word ik uit mezelf wakker tijdens de aftiteling.
Net als bij vogeltjes denkt mijn lichaam zodra het licht uit is dat de nacht haar intrede heeft gedaan en maakt het zich klaar voor de welverdiende rust. Bioscopen: zachte stoelen, warme omgeving en een leuk verhaaltje voor het slapen gaan. Soms is het een defensiemechanisme, zoals wanneer ik anderhalf uur lang de geschiedenis van Spanje vanaf 1200 tot 1939 moet aanhoren op monotone wijze maar meestal is het tegen wil en dank. Zoals op mijn oude bijbaan tijdens het invoeren van ordernummers. Ik durf er niet aan te denken hoeveel virusscanners er verkeerd bezorgd zijn in Australie.

In de afgelopen jaren ben ik regelmatig de Universiteitsbibliotheek uitgestrompeld omdat de lettertjes voor mijn ogen begonnen te dansen. Wanhopig keek ik eerst om mij heen of mensen mij konden zien, maar uiteindelijk pakte ik liever mijn biezen dan in volledige openbaarheid in slaap te vallen. Regelmatig fantaseerde ik over een kamer gevuld met matrassen en dekens waar ik dan een kwartiertje een dutje zou mogen doen. Maar, ik ben niet de enige. Collega B. stelde voor om het flyerhok te verbouwen tot slaapcabine zodat we in de middag om de beurt een dutje zouden kunnen doen. Spanje heeft de werktijden om de middagrust heen gebouwd en in Japan (waar ze weliswaar 25 uur per dag werken) staat de power nap zo ongeveer vast gelegd in de CAO. Wie herinnert zich bovendien dat verplichte uurtje slapen op de kinderopvang nog? Desondanks had ik me er bij neergelegd dat mijn slaapdroom een Neerlands luchtkasteel zou blijven.

Tot gistermiddag.
Mijn hoofd zakte drie keer naar voor, twee keer achterover en toen gaf ik het op. Tegen mijn studiemaatje M. zei ik: "Ik ben een uurtje weg." ben voorover gaan liggen en heb heerlijk in het openbare Atrium van de UvA gesluimerd bovenop mijn lesboeken. Ik was bijzonder onsnurkelijk dus niemand had er last van. Had ik jaren geleden al moeten doen. Wat een lekker gevoel! Toegeven aan je lichaam en lak hebben aan de omgeving. Sommigen lopen op een naturistenterrein, ik slaap in het openbaar. 

Ironisch genoeg circuleert er nota bene een advertentie van Auping matrassen waar een look-a-like van mij met een slaperige kop poseert (zie hieronder)

Auping

 


 

en maakt de smurfennamengenerator 'Narcoleptic Smurf' van mijn naam.
Kortom, ik omhels mijn lot met lome armen. Dutje van de zaak!